Lumen Ecclesiae
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Lumen Ecclesiae
Aan de geliefde zoon Vincent de Couesnongle, Magister-Generaal van de Orde der Predikheren bij het zevende eeuwfeest van het overlijden van Sint-Thomas van Aquino
Paus Paulus VI
20 november 1974
Pauselijke geschriften - Apostolische Brieven
4 maart 2026
Dr. Jörgen Vijgen
5 maart 2026
2540
nl
Referenties naar dit document: 5
Open uitgebreid overzichtReferenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
Uitklappen
- Inhoud
1
Geliefde zoon, groet en apostolische zegen.Sint-Thomas van Aquino, die terecht genoemd wordt "Licht van de Kerk en van de gehele wereld", wordt dit jaar op bijzondere wijze gevierd vanwege het 7de eeuwfeest van zijn overlijden op het sterfbed te Fossanova op 7 maart 1274, toen hij zich op bevel van Onze Voorganger, de Zalige Gregorius X, naar het Tweede Algemeen Concilie van Lyon begaf. Bij dit eeuwfeest is er nieuwe ijver voor onderzoek, publicaties, congressen ontstaan bij vele universiteiten en andere onderzoekscentra en in het bijzonder in deze stad Rome, waar, dankzij het werk van de Predikheren, waarvan Sint-Thomas een zoon was, zich een indrukwekkend congres heeft voorgedaan. Ons staat nog het schouwspel voor ogen van de Aula Magna van de Pauselijke Universiteit, genoemd naar Sint-Thomas, gevuld met illustere wetenschappers vanuit alle hoeken van de wereld. In Onze toespraak hebben Wij hen aangemoedigd en bedankt voor het nobele werk dat zij verrichten en tevens hebben Wij de lof bezongen van deze grote Leraar van de Kerk. Enige tijd later hebben Wij gemeend te kunnen spreken van een "terugkeer van Sint-Thomas op een wijze die zeker onverwacht maar wonderbaarlijk is en dit ter bevestiging van de wijze benaming die het Hoogste Leergezag hem gegeven heeft als gezaghebbende en onmisbare gids voor de filosofische en theologische studies zodat hij door niemand kan vervangen worden." Paus Paukus VI, Toespraak tot...Paus Paukus VI, Toespraak tot het ‘Comitato promotore’ van de ‘Index Thomisticus': cfr. L’Osservatore Romano, dd. 20-21 mei 1974. Immers, door vele tekenen is aan Ons duidelijk geworden hoezeer zijn leer de geesten beweegt en aanraakt, ook die van mensen van onze tijd.
Referenties naar alinea 1: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
2
Het is nu Onze bedoeling Onze gedachten nog meer uiteen te zetten door de vele elementen te benadrukken die in de leer van de Aquinaat van groot belang zijn voor de vrijwaring en de verdieping van de goddelijke openbaring, zodanig dat hij - zoals de Kerk gedaan heeft en in deze tijd blijft doen - aanbevolen wordt aan onze tijdgenoten als "meester in de kunst van het goede denken" zoals Wijzelf hem genoemd hebben Tot het congres bij gelegenheid van het 7e eeuwfeest van Sint-Thomas van Aquino, 2[[2686|2]] en als gids voor de wijsgerige en theologische problemen en -zo zouden Wij kunnen toevoegen- tot algeheel herstel en gepaste ordening van de gehele wetenschap.
Referenties naar alinea 2: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaOp deze wijze willen Wij instemming betonen met hen die menen dat de heilige Leraar, zelfs 700 jaar na zijn dood, gevierd moet worden, niet enkel als een groot denker en leraar van het verleden, maar ook omwille van zijn principes, leer en methode die voor onze tijd geheel en al gelden; en tevens willen Wij de redenen verhelderen voor zijn wetenschappelijke autoriteit, die het Leergezag en de instituties van de Kerk aan hem toegekend hebben, vooral echter Onze vele Voorgangers die niet aarzelden om hem de naam 'Doctor Communis' N.v.d.v.: Algemene LeraarN.v.d.v.: Algemene Leraar, die hem reeds vanaf het jaar 1317 is verleend geworden, toe te kennen. AAS 15 (1923) p. 314.[[2538]] Cfr. J. J. BERTHIER, Sanctus...Cfr. J. J. BERTHIER, Sanctus Thomas Aquinas ‘Doctor Communis’ Ecclesiae, Romae 914, 177 ss.; J . KOCH, Philosophische und theologische Irrtumlisten von 1270-1323: Mélanges Mandonnet, Paris 1930, t. II, 328, n. 2; J. RAMIREZ, De auctoritate doctrinali S. Thomae Aquinatis, Salmanticae 1952, 35-107.3
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWij bekennen dat in het bevestigen en het weer doen herleven van een zulke lange en eerbiedwaardige traditie van het Leergezag van de Kerk, Wij niet enkel bewogen worden door de gehoorzaamheid aan Onze Voorgangers, maar ook door het objectieve onderzoek van de goedheid van zijn leer als ook door het nut dat, zoals wij zelf ervaren hebben, volgt uit de studie en de consultatie van zijn werk, maar ook door de vaststelling dat Thomas een overtuigings- en vormingskracht voor de menselijke geest uitoefent op zijn leerlingen, in het bijzonder op de jongeren, zoals Wij zelf konden vaststellen toen Wij Ons apostolaat uitoefenden tussen de katholieke universiteitsstudenten, die zich, aangemoedigd door Onze Voorganger Pius XI, hadden toegelegd op de studie van de Engelachtige Leraar. Cfr. M. Cordovani, ‘San...Cfr. M. Cordovani, ‘San Tommaso nella parola di S. S. Pio XI’, in: Angelicum 6 (1929) 10. 4
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
3
Wij weten dat vandaag niet iedereen deze overtuiging deelt. Maar Wij ontkomen niet aan het feit dat vaak het wantrouwen en de weerstand jegens Sint-Thomas te wijten is aan een oppervlakkige en sporadische kennismaking met zijn leer, zelfs soms wegens het feit dat zijn werk helemaal niet gelezen wordt of diepgaand bestudeerd wordt. Daarom sporen Wij, net zoals Pius XI deed, iedereen aan die een volwassen opvatting verlangt te hebben omtrent de positie die hieromtrent dient ingenomen te worden: Ite ad Thomam. Ga naar Thomas! Studiorum Ducem[[2538]] Zoek en lees de werken van Sint-Thomas - zo willen Wij herhalen - niet enkel om in deze overdadige schatten zekere voeding te vinden voor de geest, maar ook en vooreerst, om de onvergelijkbare diepte, overvloed en belang van de leer die er in vervat ligt, te doorzien.
Referenties naar alinea 3: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- I. Sint-Thomas in de socio-culturele en religieuze context van zijn tijd
4
Naast een directe en volledige kennis van de teksten veronderstelt een juiste beoordeling van de blijvende waarde van het leergezag van Sint-Thomas in de Kerk en in de wereld van het denken ook een beschouwing van de historisch-culturele context waarin hij leefde en zijn werk als leraar en schrijver verrichtte.
Referenties naar alinea 4: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHier willen wij eenvoudig de wezenlijke trekken van die periode in herinnering brengen, als kader waarbinnen de fundamentele standpunten van de Heilige Leraar op religieus en theologisch gebied, en op filosofisch en sociaal vlak, des te duidelijker naar voren komen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaSommigen hebben over die tijd gesproken als over een vroegtijdige Renaissance; en inderdaad, de kiemen die later al hun vernieuwende kracht zouden tonen, zijn reeds werkzaam in die periode die, tussen 1225 en 1274, het leven van Sint-Thomas omvat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
5
Vanuit sociaal-politiek oogpunt zijn de gebeurtenissen bekend die het gelaat van Europa diepgaand hebben veranderd: de overwinning van de Italiaanse steden op de oude heerschappij van het middeleeuwse rijk, dat reeds in verval was; de afkondiging van de Magna Carta in Engeland; de Hanzeconfederatie van de vrije zee- en handelssteden van Noord-Europa; de geleidelijke ontwikkeling van de Franse monarchie; de bloei van de economie van de nijversteden, zoals Florence, en van de cultuur in de grote universitaire centra, waaronder de theologische school van Parijs, de rechtsgeleerde school van Bologna en de medische school van Salerno; de verspreiding van de wetenschappelijke ontdekkingen en filosofische bespiegelingen van de Spaans-Arabische denkers; de nieuwe betrekkingen met het Oosten als gevolg van de kruistochten.
Referenties naar alinea 5: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaToen begon, zowel met de steden als met de nationale monarchieën, het culturele en politieke proces dat tussen de 12e en de 14e eeuw leidde tot de vorming van de moderne staat. De respublica christiana, gegrond op de eenheid van het religieuze geloof in Europa, maakte plaats voor een nieuw nationaal bewustzijn, dat voortaan de ontwikkeling van de Europese burgerlijke wereld bepaalde, buiten het middeleeuwse kader dat werd beheerst door de verhouding tussen de twee hoogste machten - de pauselijke en de keizerlijke - die wederzijds verbonden en samenwerkend waren. Tevergeefs zou Dante Alighieri, na de dood van Sint-Thomas, nog trachten dit model voor te stellen als het archetypische schema van de politieke ordening.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaJuist in de 13e eeuw begint zich een duidelijke tendens af te tekenen naar autonomie van de tijdelijke orde ten opzichte van de heilige en geestelijke orde, en dus van de staat ten opzichte van de Kerk; zoals in bijna alle sferen van het leven en de menselijke beschaving de waardering voor aardse waarden herleeft en een nieuwe aandacht voor de werkelijkheid van de wereld ontstaat, met een losmaking van de rede uit de hegemonie van het geloof. Anderzijds deed zich in diezelfde eeuw, met de verspreiding van de bedelorden, een zeer omvangrijke beweging van geestelijke vernieuwing gelden, die, geïnspireerd door de liefde voor de armoede en de ijver voor de evangelisatie, ertoe leidde dat binnen het christenvolk sterker het besef groeide van de noodzaak van een terugkeer tot de ware en authentieke geest van het Evangelie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaSint-Thomas, in het centrum van het grote culturele religieuze en menselijke debat, en met een aandachtig oog voor de ontwikkeling van de politieke werkelijkheid, had geen moeite de nieuwe tijdsomstandigheden te erkennen en daarin de "tekenen" te onderscheiden van de universele beginselen van rede en geloof waarmee de menselijke aangelegenheden moeten worden geconfronteerd en de gebeurtenissen beoordeeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHij erkent de relatieve autonomie van de waarden en instellingen van deze wereld, terwijl hij zonder aarzeling de transcendente suprematie herbevestigt van het laatste doel waaraan alles in de wereld moet worden geordend en ondergeschikt gemaakt: het Rijk van God, dat tegelijk de plaats is van het heil van de mens en de grondslag van zijn waardigheid en vrijheid. Summa Theologiae, I-IIæ, q. 21, a. 4, ad 3: Ed Leonina, VI, p. 167[[t:ia-iiae q. 21 a. 4 ad 3]]
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
6
Deze positie past binnen de algemene theorie van de verhoudingen tussen cultuur en religie, rede en geloof, zoals door Thomas uitgewerkt in relatie tot de nieuwe problemen die zich aandienen en de nieuwe eisen die zich op filosofisch en theologisch vlak doen gelden in die fase van sociaal-culturele ontwikkeling.
Referenties naar alinea 6: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHet is immers de tijd waarin de eis van rationeel onderzoek zich steeds sterker opdringt, een onderzoek dat reeds een eeuw eerder op nieuwe, uitgesproken dialectische wijze was ingezet door Abelardus aan de universiteit van Parijs. In plaats van de traditionele autoriteit zonder meer te aanvaarden, treedt nu de vergelijking van haar gegevens met de verworvenheden van de rede, de discussie van meningen, de logische methode in de bewijsvoering van stellingen, de passie voor de quaestiones, en de systematische analyse van het taalgebruik met intenties die vooruit lijken te lopen op de wetenschappelijke behandeling van de moderne semantiek.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaIn dit culturele klimaat ontwikkelden zich voor het eerst de wetenschappen die het gewone verloop van deze zichtbare wereld in natuurlijke termen trachtten te verklaren, zonder evenwel de aanwezigheid en de werking van God in het universum te ontkennen, zoals blijkt bij niet weinig christelijke auteurs van die tijd. Onder hen springt de leermeester van Sint-Thomas, Sint-Albertus Magnus, in het oog, die door onze Voorganger Pius XII werd uitgeroepen tot beschermheilige van hen die zich met de natuurwetenschappen bezighouden. Paus Pius XII, Breve Ad Deum...Paus Pius XII, Breve Ad Deum per rerum naturae: AAS 34, 1942, pp. 89-917
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
7
Hoewel het gebruik van de experimentele methode in de kennis van de natuur nog slechts in zijn beginstadium verkeerde en de middelen ontbraken om de wetenschap toe te passen op de verandering en exploitatie van de schepping - zoals later door Roger Bacon zou worden voorzien - was de waarde van de rede in de studie van de concrete werkelijkheid en in de verklaring van de wereld inmiddels verworven.
Referenties naar alinea 7: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDaarom werden in de nieuwe culturele milieus de werken van Aristoteles gunstig ontvangen, eerst verspreid door de Arabieren en vervolgens door nieuwe christelijke vertalers, onder wie Willem van Moerbeke, pauselijk penitentiarius, medebroeder en medewerker van Sint-Thomas. Cfr. M. D. CHENU,...Cfr. M. D. CHENU, Introduction à l’étude de Saint Thomas d’Aquin, Paris 1950, p. 183 ss. In deze werken ontdekte men immers die gevoeligheid voor de natuur en het realisme waarin velen waardevolle werkinstrumenten en zelfs ideale grondslagen vonden voor de nieuwe opzet van de filosofische speculatie en het wetenschappelijk onderzoek.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
8
Hier rijst echter het ernstige probleem van een nieuwe opvatting over de verhouding tussen rede en geloof en, in ruimere zin, tussen de gehele orde van de aardse werkelijkheden en de sfeer van de religieuze waarheden, in het bijzonder de christelijke boodschap.
Referenties naar alinea 8: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEr is een duidelijk gevaar om in een dubbele tang terecht te komen: enerzijds die van het naturalisme, dat de wereld - en vooral de cultuur - van iedere verwijzing naar God ontdoet; anderzijds die van een vals bovennaturalisme of een fideïsme dat, om die culturele en geestelijke verarming te verhinderen, de legitieme eisen van de rede en de drang tot ontwikkeling van de natuurlijke orde wil blokkeren in naam van het gezagsbeginsel, losgemaakt uit zijn eigen sfeer, namelijk die van de door Christus geopenbaarde geloofswaarheden als kiemen van een toekomstig leven dat alle grenzen van het denken te boven gaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDit dubbele gevaar keert door de eeuwen heen herhaaldelijk terug, zowel vóór als na Sint-Thomas. Men kan zeggen dat het ook vandaag nog de valse tegenstelling is waarin onvoorzichtigen verstrikt raken wanneer zij de talrijke problemen rond de verhouding tussen rede en geloof aanpakken. Vaak beroepen zij zich daarbij op het voorbeeld van de vernieuwende moed dat Sint-Thomas in zijn tijd heeft gegeven, maar zonder zijn fijnzinnige intuïtie of het evenwicht van zijn verheven geest te bezitten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaThomas bezat ongetwijfeld in de hoogste mate de moed tot het zoeken van de waarheid, de vrijheid van geest, de intellectuele rationaliteit van iemand die de besmetting van de christelijke waarheid met de wereldse wijsbegeerte evenmin toeliet als hun afwijzing a priori. Hij ging daarom de geschiedenis van de christelijke leer in als een pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte en van de universele cultuur. Het centrale punt, de kern als het ware van de leer waarmee hij, met zijn geniale profetische scherpzinnigheid voor het probleem van de nieuwe tegenstelling van rede en geloof een oplossing vond, was de verzoening tussen de seculariteit van de wereld en de radicaliteit van het evangelie; daarmee onttrok hij zich aan de tegennatuurlijke neiging de wereld en het goede van de wereld te loochenen, zonder echter de hoogste en onbuigzame aanspraken van de bovennatuurlijke orde te veronachtzamen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaImmers, geheel het leerstellige bouwwerk dat de Aquinaat opgericht heeft, steunt op dit gouden principe dat hijzelf vanaf de eerste bladzijden van de Summa Theologiae[835] verkondigt, nl. dat de genade de natuur niet opheft maar vervolmaakt en dat de natuur aan de genade, de rede aan het geloof en de menselijke liefde aan de caritas onderworpen is. vgl: Cfr. S. Th., I, q. 1, a. 8, ad 2: Ed. Leonina, IV, p. 22[[[t:ia q. 1 a. 8 ad 2]]] De genade, die het fundament is van het eeuwige leven, veronderstelt het grote gebied van de vermogens en deugden: het "zijn", het verstand, de liefde, waarin de levendige impuls van de menselijke natuur wordt ontvouwt vgl: Cfr. S. Th., I-IIæ, q. 94, a. 2: Ed. Leonina, VII, pp. 169-170[[[t:ia-iiae q. 94 a. 2]]] en doet op deze wijze nieuwe krachten in dit gebied groeien. vgl: Cfr. S. Th., II-IIæ, q. 24, a. 3, ad 2: Ed. Leonina, VIII, p. 176[[[t:iia-iiae q. 24 a. 3 ad 2]]] Op deze wijze brengt de volledige volmaaktheid van de natuurlijke mens, door middel van een proces van zuiverende verlossing en heiligende verheffing, de bovennatuurlijke orde voort; deze, alhoewel zij in de hemelse zaligheid zal voltooid worden en volledig gemaakt worden, leidt niettemin reeds in dit aardse leven tot een zekere schoonheid en tot een passende orde van wat waar en goed is, welke moeilijk te bereiken is - net zoals het christelijke leven zelf - maar een sterke aantrekkingskracht op de zielen uitoefent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
9
Men kan stellen dat Sint-Thomas, door een zekere vorm van supernaturalisme, die toenam in de middeleeuwse scholen, te overstijgen en tegelijkertijd door te weerstaan aan het secularisme, dat werd verspreid in de Europese scholen door een naturalistische en valse interpretatie van de leer van Aristoteles, kon tonen -zowel door zijn leer als door zijn voorbeeld van wetenschappelijk onderzoek- op welke wijze in de leer en in het leven op passende wijze met elkaar verbonden werden zowel de volledige en absolute trouw aan het Woord van God met de grootste openheid van geest voor de wereld en wat daarin waar en goed is als ook de ijver voor de vernieuwing en de vooruitgang met de opbouw van elk leerstellig gebouw op het stevige fundament van de traditie.
Referenties naar alinea 9: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaImmers, hij was niet enkel bezorgd om het verkrijgen van nieuwe ideeën, nieuwe kwesties en nieuwe argumenten ten aanzien van voorstellen en tegenwerpingen inzake het geloof, maar ook om vooral de H. Schriften, die hij vanaf zijn eerste jaren als magister te Parijs uiteenlegde, te onderzoeken; de geschriften van de Heilige Vaders en de christelijke schrijvers, de theologische en juridische traditie van de Kerk, samen met de wijsgerige stellingen van alle voorgaande en recente tijden, niet enkel de aristotelische, maar ook de platoonse, neo-platoonse, Romeinse, christelijke, Arabische en joodse stellingen. Hierbij probeerde hij geenszins de verbinding met het verleden te verbreken, wat hem zeker zou gescheiden hebben van zijn wortels. Terecht kan men daarom zeggen dat hij in hart en nieren de zegswijze van Sint-Paulus in zich opgenomen heeft: "Niet gij draagt de wortel, maar de wortel draagt u." (Rom. 11, 18)[b:Rom. 11, 18].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDaarom was hij in de hoogste mate trouw aan het Leergezag van de Kerk, die de regel van het geloof vgl: Cfr. S. Th., II-IIæ, q. 1, a. 10, ad 3: Ed. Leonina, VIII, p. 24[[[t:iia-iiae q. 1 a. 10 ad 3]]] bewaart en bepaalt voor alle christengelovigen en in het bijzonder voor de theologen, krachtens het goddelijke mandaat en bijstand, die Christus beloofd heeft aan de Herders van zijn kudde. vgl: Cfr. S. Th., II-IIæ, q. 1, a. 10: Ed. Leonina, VIII, p. 24[[[t:iia-iiae q. 1 a. 10]]] (Lc. 22, 32 aldaar geciteerd)[[b:Lc. 22, 32]] En hij erkende vooral in het Leergezag van de Romeinse Paus de hoogste en definitieve autoriteit bij het oplossing van vragen omtrent het geloof vgl: Cfr. S. Th., II-IIæ, q. 1, a. 10: Ed. Leonina, VIII, pp. 23-24.[[[t:iia-iiae q. 1 a. 10]]] . Zie ook wat Sint-Thomas.... Zie ook wat Sint-Thomas schrijft in Symbolum Apostolorum expositio over de Romeinse Kerk: “De Heer zegt …de poorten van de hel zullen haar niet overwinnen. Vandaar is het dat enkel de Kerk van Petrus (waartoe geheel Italië behoorde, toen de leerlingen gezonden werden om elders te prediken) altijd stevig was in het geloof. En terwijl in andere delen van de wereld er of geen geloof is of vermengd is met vele dwalingen, is echter de Kerk van Petrus stevig in het geloof en zuiver van dwalingen. Dit is niet verwonderlijk omdat de Heer gezegd heeft tot Petrus (Luc. 22, 32): “Ik zal voor u bidden, Petrus, opdat uw geloof niet verzwakt.” (a. 9: Ed. Parmensis, t. XVI, 1665, p. 148); en daarom wilde hij naar zijn oordeel op het moment van de dood al zijn geschriften aan deze autoriteit onderwerpen, misschien omdat hij bewust was van de immense omvang en de vernieuwende moed waarmee hij zijn werk volbracht had. vgl: Vita Sancti Thomae Aquinatis, cap,XIV:fontesvitaeS,ThomaeAquinatis,ed,D,PrümmerO,P,fasc,II,Saint-Maximin(Var),1924,p,81[[[3390|cap.XIV:fontesvitaeS.ThomaeAquinatis,ed.D.PrümmerO.P.fasc.II,Saint-Maximin(Var),1924,p.81]]]
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
10
Zulk een ijver in het zoeken naar de waarheid en in de toewijding hieraan van al zijn krachten -een ijver die Sint-Thomas beschouwde als een specifieke missie van geheel zijn leven en die hij uitstekend uitgevoerd heeft door te onderwijzen en te schrijven- maakt dat hij terecht "apostel van de waarheid" kan genoemd worden en voor allen die de taak hebben te onderwijzen, als voorbeeld gesteld wordt. Maar hij schittert ook voor onze ogen als een wonderbaarlijk man van christelijk leven, die, om nieuwe vruchten te plukken en te antwoorden op de nieuwe eisen van een voortschrijdende cultuur, allerminst meende van het geloof, de traditie, het Leergezag, die hem de rijkdom van het verleden en het zegel van de goddelijke waarheid leverde, te moeten afwijken. Om trouw te kunnen volharden in deze waarheid, verachtte hij niet de vele waarheden die in het verleden en in het heden ontdekt waren, ook omdat - zoals de Engelachtige Leraar zelf zegt- hij herkent dat, door wie ze ook aangebracht worden, deze waarheden hun oorsprong hebben in de Heilige Geest: "Het ware, door wie het ook gezegd wordt, is afkomstig van de Heilige Geest, als degene die het natuurlijk licht instort en beweegt tot het inzien en uitdrukken van de waarheid." S. Th., I-IIæ, q. 109, a. 1, ad 1: Ed. Leonina, VII, p. 290[[t:ia-iiae q. 109 a. 1 ad 1]]
Referenties naar alinea 10: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
11
Veeleer dient gesteld te worden dat Thomas, door het feit dat hij stevig geworteld was in het goddelijke geloof, weerhouden was om menselijke meesters, oud of nieuw, slaafs aan te hangen, met inbegrip van Aristoteles. Zijn geest laat elke vooruitgang in de waarheid toe, uit welke bron van denken deze ook afkomstig is; dit is het eerste aspect van zijn universalisme. Maar een ander aspect is evenzeer waar, een aspect dat misschien nog meer overeenkomt met de aard van zijn denken en zijn persoon, nl. de hoogste vrijheid, waarmee hij alle schrijvers tegemoet trad, zonder zich te laten binden aan stellingen van een aardse autoriteit. In deze vrijheid en "autonomie" van de geest op het gebied van de wijsbegeerte, ligt zijn ware grootheid als vorser van de waarheid.
Referenties naar alinea 11: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWant in wijsgerige aangelegenheden was hij voor alles gehoorzaam aan de waarheid en beoordeelde hij alles "niet op basis van de autoriteit van degene die het beweert maar op basis van de waarde van wat gezegd werd".Expositio super librum...Expositio super librum Boethii de Trinitate, q. 2, a. 3, ad 8: ree. B. Decker, Leiden 1955, p. 97. vgl: Cfr. S. Th., I, q. 1, a. 8, ad 2: “Het argument vanuit het gezag van het geloof is het sterkste, maar het argument vanuit menselijk gezag is het zwakste.” (Ed. Leonina, IV, p. 22).[[[t:ia q. 1 a. 8 ad 2]]] Een andere plaats waaruit... Een andere plaats waaruit blijkt dat de houding van Sint-Thomas in de filosofie geen slaafse, noch een zuiver historiserende of ecclectische, maar een gezond kritische houding was : “Studium philosophiae non est ad hoc quod sciatur quid homines senserint, sed qualiter se habeat veritas rerum”: In librum Aristotelis de coelo et mundo commentarium, I, lect. XXII: Ed. Parmensis, t. XIX, 1865, p. 58. Cfr. Tractatus de spiritualibus creaturis, a. 10, ad 8: ed. L. W. Keeler, Romae 1938, pp. 131-133. Zo was hij in staat met een grote vrijheid de stellingen van Aristoteles, Plato en andere te doorzoeken, zonder zelf aristotelicus of platonist te worden in de strikte zin van het woord. Dankzij een dergelijke onafhankelijkheid van geest - die hem bijzonder verwant maakt aan hen die de strenge methoden van de positieve wetenschappen toepassen - is de Aquinaat erin geslaagd de gevaren te ontdekken en te overwinnen die in het averroïsme verborgen lagen, de tekortkomingen en leemten van Plato en Aristoteles aan te vullen, en zo een gnoseologie en een ontologie op te bouwen die een meesterwerk van objectiviteit en evenwicht vormen. Cfr. E. Gilson, L’esprit de...Cfr. E. Gilson, L’esprit de la philosophie médiévale, Gifford Lectures, Paris 1932, I, p. 42; Le Thomisme. Introduction à la philosophie de Saint Thomas d’Aquin, Paris 1965, 6ª ed., passim. Cfr. anche F. Van Steenberghen, Le mouvement doctrinal du XIe au XIVe siècle: Fliche-Martin, Histoire de l’Eglise, vol. XIII, p. 270.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZijn geesteshouding ten aanzien van alle meesters van de menselijke geest, is drievoudig: bewondering voor het immense erfgoed van het denken dat zij, bij het aanvullen van de één door de ander, hebben verzameld en overgeleverd aan de mensheid Cfr. In XII Libros Metaphys....Cfr. In XII Libros Metaphys. Aristotelis Expositio, II, lect. 1: Ed. Taur. 1950, n. 287, p. 82; de erkenning van de waarde en de invloed, maar ook van de grenzen van wat elkeen bereikt had Cfr. In XII Libros Metaphys....Cfr. In XII Libros Metaphys. Aristotelis Expositio, II, lect. 1: Ed. Taur. 1950, n. 287, p. 82; een zekere barmhartigheid in de verhouding tot diegenen aan wie het licht van het geloof ontbrak, zoals de ouden, en zich hierdoor in een angst bevonden die door menselijke krachten niet kon overstegen worden terwijl zij zich bezig hielden met de diepste vragen van het menselijke leven en vooral met het laatste doel van de mens vgl: L. III, c. 48: Ed. Leonina, XIV, pp. 131-132[[[837]]], terwijl een nederige oude van dagen, die deelheeft aan de christelijke waarheid, vrij is van deze angst en meer geniet van het goddelijke licht dan deze zeer vernuftige mensen. Cfr. In Symbolum Apostolorum...Cfr. In Symbolum Apostolorum Expositio, a. 1: Ed. Parmensis, t. XVI, 1865, p. 35: “Geen enkele filosoof vóór de komst van Christus kon met geheel zijn eigen krachten kennis hebben van God en wat noodzakelijk is voor het eeuwige leven als ná de komst van Christus een oude vrouw weet door het geloof.”
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
12
Alhoewel Sint-Thomas zeer nauwkeurig de waarheid onderzocht en opsteeg tot de grootste hoogten van het menselijke verstand, desalniettemin bezat hij de ziel van een kind ten aan zien van de verheven en onuitsprekelijke geloofsmysteries; daarom knielde hij voor het beeld van de gekruisigde Christus en voor het altaar om het licht van het verstand en de zuiverheid van hart, die toelaten de geheimen van God helder te doorschouwen, af te smeken. vgl: Cfr. S. Th., II-IIæ, q. 8, a. 7: Ed. Leonina, VIII, p. 72;[[[t:iia-iiae q. 8 a. 7]]] vgl: capp. XXVIII, XXX, XXXIV: Fontes vitae S. Thomae Aquinatis, ed. mem., pp. 102-103, 104.105, 108[[[3390]]] Hij bekende dat hij zijn kennis meer door het gebed dan door de studie ontvangen had vgl: cap. XXXI: Ed. mem., pp. 105-106[[[3390]]] Cfr. J. Pieper, Einführung...Cfr. J. Pieper, Einführung zu Thomas von Aquin, München 1958, p. 172 ss. en intussen bewaarde hij een levendige zin voor de transcendentie van God, zodanig dat hij als voornaamste voorwaarde voor het theologisch onderzoek vaststelde dat "in dit leven wij God volmaakter kennen des te meer wij inzien dat Hij al wat door het verstand begrepen wordt, overstijgt." vgl: S. Th., II-IIæ, q. 8, a. 7: Ed. Leonina, VIII, p. 72[[[t:iia-iiae q. 8 a. 7]]] Dit is niet enkel het eerste principe en als het ware het fundament van zijn methode en onderzoek, waaruit de zgn. "apofatische" theologie ontspringt, maar ook een teken van de nederigheid van zijn verstand van zijn geest van aanbidding.
Referenties naar alinea 12: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDoor het evenwicht dat hij bereikte tussen deze diep christelijke geest en de scherpzinnigheid van zijn speculatieve genie, open voor alle verworvenheden van het oude en het hedendaagse denken, wekt het geen verwondering dat Sint-Thomas, midden in de crisis van de 13e eeuw, erin slaagde nieuwe manieren te vinden voor de confrontatie tussen rede en geloof. Hij wist tijdig de ontaarding van de theologische leer onder druk van de nieuwe filosofische stromingen te verhinderen, de dubbelzinnigheid van elk vals compromis tussen de waarheden van de rede en die van het geloof te ontmaskeren, en de dualistische standpunten te doorbreken die, door de leer van de «twee waarheden» - die van de rede en die van het geloof, onderling tegenstrijdig maar om verschillende redenen door de gelovige aanvaard - te verdedigen, van binnenuit de innerlijke eenheid van de christelijke mens ondermijnden en reeds toen de spanningen wilden legitimeren die later, na het loslaten van het door Sint-Thomas bereikte evenwicht, de Europese cultuur zouden verscheuren. cfr. J. Pieper, Einführung...cfr. J. Pieper, Einführung zu Thomas von Aquin, München 1958, p. 69 ss.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
13
Bij het volbrengen van het werk dat het hoogtepunt van het middeleeuwse christelijke denken markeert, stond Sint-Thomas niet alleen. Vóór en na hem hebben vele andere beroemde leraren aan hetzelfde doel gewerkt; onder hen moeten worden genoemd Sint-Bonaventura - wiens zevende eeuwfeest van overlijden eveneens wordt gevierd, gestorven in hetzelfde jaar als Sint-Thomas - en Sint-Albertus Magnus, Alexander van Hales en Duns Scotus.
Referenties naar alinea 13: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMaar zonder twijfel bereikte Sint-Thomas, door beschikking van de goddelijke Voorzienigheid, het hoogtepunt van de gehele theologie en filosofie van wat men gewoonlijk de «scholastiek» noemt, en hij vestigde in de Kerk het centrale scharnierpunt waaromheen toen en later het christelijk denken zich met zekere vooruitgang heeft kunnen ontwikkelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaAan hem, de Algemene Leraar van de Kerk, gaat daarom onze lof uit in dit zevenhonderdste jaar van zijn overlijden, als blijk van dankbaarheid voor wat hij ten bate van heel het christenvolk heeft verricht, en als erkenning en verheffing van zijn onvergankelijke grootheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- II. De permanente waarde van de leer en methode van Sint-Thomas
Niet enkel in de historische en culturele context waarin de Aquinaat leefde, munt zijn naam uit, maar ook door de inhoud van de leer die alle historische periodes overstijgt, vanaf de 13e eeuw tot op onze tijd. De Kerk heeft in deze tijd de altijddurende waarde en belang van de thomistische leer erkent, vooral echter in plechtige momenten zoals op het Oecumenisch Concilie van Firenze, Trente en Eerste Vaticaans Concilie vgl: Acta, I. Romae 1881, pp. 255-284[[[2514]]], bij gelegenheid van de afkondiging van de Codex van het Canoniek Recht can. 1366, 2[[2620|(1366)]] vgl: can. 589, 1[[[2620|(589)]]], en op het Tweede Vaticaans Concilie, zoals Wij later nog zullen behandelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaBovendien is door Onze voorgangers en ook door Onszelf deze autoriteit van Sint-Thomas herhaalde malen bevestigd geworden. Het moge duidelijk zijn dat het hier niet een ijver betreft om de overgeleverde leer zodanig te bewaren, dat de gang van de geschiedenis niet meer wordt opgemerkt en de vooruitgang met vrees aanzien wordt. Maar het betreft een keuze, gesteund op objectieve redenen, die intrinsiek zijn aan de wijsgerige en theologische leer van de Aquinaat en die ons toelaten in hem een man te herkennen die aan de Kerk gegeven werd -niet zonder een plan van boven- en die met de nieuwheid van zijn scheppend werk een zodanige invloed heeft uitgeoefend dat de christelijke leer als het ware een nieuwe weg is ingeslagen die zich tevens uitstrekt naar de voortgang van dezelfde leer en vooral wat betreft de verhouding tussen verstand en geloof.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
15
Om kort de redenen te bespreken, waarnaar Wij verwezen, is het voldoende als eerste te herinneren aan het epistemologische en ontologisch realisme, het eerste en voornaamste kenmerk van de wijsbegeerte van Sint-Thomas. We kunnen ook spreken van een kritisch realisme dat, verbonden met de zintuiglijke kennis en dus met de objectiviteit van de dingen, ervoor zorgt dat het "zijn" een ware en stevige betekenis krijgt. Dit realisme laat een verdere geestelijke uitwerking toe, die, ofschoon zij universele begrippen haalt uit wat de zintuigen waargenomen hebben, hierdoor zich toch niet verwijdert om in een dialectische draaikolk van louter subjectieve gedachten meegesleurd te worden en, als het ware noodzakelijkerwijs, te eindigen in een min of meer absoluut agnosticisme. Primo in intellectu cadit ens (het eerste wat in het intellect valt is het zijnde), zegt de Engelachtige Leraar op een beroemde plaats in zijn geschriften. vgl: q. 1, a. 1: Ed. Leonina, XXII, vol. I, fast. 2, p. 5[[[6849]]]
Referenties naar alinea 15: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaOp dit fundamentele principe stoelt de epistemologie van Sint-Thomas, waarvan de geniale nieuwheid erin bestaat dat het op evenwichtige wijze waarde toekent aan de zintuiglijke waarneming én aan wat de kennis op authentieke wijze in het kenproces vat. Na onderwerping aan een kritisch onderzoek, worden deze gegevens het begin van een gezonde ontologie en dus van geheel het bouwwerk van de theologische leer. Daarom kan men de leer van Sint-Thomas ook definiëren als een philosophia entis (wijsbegeerte van het zijnde), beschouwd vanuit zowel haar universele waarde als in haar existentiële voorwaarden. Tevens is het bekend dat vanuit deze wijsbegeerte de Aquinaat kan opstijgen naar de theologie van het goddelijke Zijnde, die subsisteert in zichzelf en zich openbaart dor Zijn Woord, zowel in de gebeurtenissen van de heilsgeschiedenis als vooral in het mysterie van de Menswording. Dit ontologisch en epistemologisch realisme bejubelde Onze Voorganger Pius XI tijdens een voordracht voor universiteitsstudenten, toen hij de volgende veelbetekende woorden uitsprak: "In het thomisme ligt als het ware een zeker natuurlijk evangelie, een onvergelijkbaar stevig fundament waarop alle wetenschappelijke constructies steunen aangezien het eigen is aan het thomisme dat het allereerst objectief is. Immers haar constructies en geestesverheffingen zijn niet enkel abstract maar zijn de constructies van de geest, die de werkelijke impuls van de dingen volgen". Het belang en de waarde van de thomistische leer zal nooit verminderen want dat zou betekenen dat het belang en de waarde van de dingen zou moeten verminderen. Cfr. Discorsi di Pio XI,...Cfr. Discorsi di Pio XI, Torino 1960, vol. I, pp. 668-669
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
16
Om zulke filosofie en theologie mogelijk te maken, is ongetwijfeld nodig het kenvermogen van het menselijk intellect te erkennen, dat fundamenteel gezond is en begiftigd met een zeker zin voor het zijnde; het intellect streeft ernaar om zich te verenigen met het zijnde in elke kleine of grote ervaring van de dingen, al naar gelang ze bestaan, opdat het intellect de dingen in zich volledig ontvangt en zo voortschrijdt naar de beschouwing van de redenen en oorzaken, die de definitieve verklaring geven.
Referenties naar alinea 16: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWaarlijk, Sint-Thomas, als filosoof en christelijk theoloog, ontdekt in elk zijnde enige deelname van het Absolute Zijnde dat het geheel van de geschapen dingen, elk leven, elk denken, elke geloofsact schept, onderhoudt en voortbeweegt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaVanuit deze principes vertrekkend, biedt de Aquinaat - terwijl hij de waardigheid van de menselijke rede tot het hoogste verheft, een zeer sterk instrument voor het theologisch onderzoek en tegelijkertijd laat hij toe onderdelen van de leer - waarin hij zelf intuïtieve scherpzinnigheid aan de dag legt - altijd ontwikkeld en verdiept worden. Zo zijn er de argumenten die betrekking hebben op de transcendentele eigenschappen en de analogie van het zijnde; de structuur van de eindige zijnden, die bestaan uit wezen en zijn; de relatie tussen de schepselen en het goddelijke Zijnde; de waardigheid van de oorzakelijkheid in schepselen, die dynamisch afhangt van de goddelijke oorzakelijkheid; de waarachtige werkelijkheid van de handelingen van de eindige zijnden in de ontologische orde, die zich uitwerkt in alle onderdelen van de filosofie en de theologie, de moraal en de spiritualiteit; de organische structuur en finaliteit van geheel de orde van de werkelijkheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEn indien men opstijgt naar de beschouwing van de sfeer van de goddelijke waarheid, zijn er de argumenten die betrekking hebben op het begrip van God als subsistent Zijnde, waarvan de openbaring het geheimvolle leven ad intra laat kennen; de afleiding van de goddelijke attributen; de verdediging van de transcendentie van God tegenover elke vorm van pantheïsme; de leer over de schepping en de goddelijke voorzienigheid, waarmee Sint-Thomas niet enkel de beelden en de schemerige schaduwen van de antropomorfe taal overwonnen heeft, maar ook -door zijn geest van evenwicht en geloof die hem eigen zijn- een werk verricht, dat men vandaag misschien "ontmythologisering" zou noemen, maar dat wij eerder kunnen beschrijven als een redelijk, door het geloof geleid, bemoedigd en bewogen, doorvorsen van de waarheid, die het wezen van de christelijke openbaring bereikt. Op deze weg en omwille van deze redenen verleent Sint-Thomas, terwijl hij de menselijke rede verheft, tegelijkertijd de meest krachtdadige dienst aan het geloof, zoals Onze Voorganger Leo XII dit reeds uitdrukte met deze memorabele zin: "Bovendien wist hij, bij de vereiste, door hem zeer scherp gestelde, onderscheiding van rede en geloof, ze toch vriendschappelijk te doen samengaan. Hierdoor liet hij elk van die beiden in haar recht en waarde, zodat enerzijds de rede op Thomas' vleugelen tot de hoogste voor de mens bereikbare hoogte gedragen, welhaast niet hoger meer kan stijgen; en anderzijds het geloof moeilijk méér of sterker steun van de rede kan verwachten, dan het door Thomas reeds verwierf." Pontificiis Maximi Acta, I, Romae 1881, p. 274[[2514]]
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
17
Een andere reden, waarom de leer van Sint-Thomas zich verblijdt in altijddurende waarde en invloed is de volgende. Net omwille van de universaliteit en de transcendentie van de rede, die hij aan het hoofd stelt van zijn filosofie (ens) en zijn theologie (Ens divinum), daarom wil hij geen overzicht van de leer samenstellen die in zichzelf gesloten en bepaald is, maar hij heeft een leer zo samengesteld die voortdurend kan verrijkt en ontwikkeld worden. Want wat hij zelf gedaan heeft door de vruchten van de antieke en middeleeuwse filosofie, als ook de zeldzame elementen van de antieke natuurwetenschappen bij elkaar te halen, kan altijd herhaald worden met betrekking tot elk geldig element, dat door ofwel de filosofie ofwel door de latere natuurwetenschappen aangedragen wordt. Dit wordt bevestigd door de vele schrijvers die net in de leer van Sint-Thomas de beste aanknopingspunten gevonden hebben om vele particuliere conclusies in het filosofisch en wetenschappelijk onderzoek te plaatsen in een algemene context en visie.
Referenties naar alinea 17: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
18
Op deze plaats willen Wij herhalen dat de Kerk, ofschoon zij niet aarzelt om te erkennen dat er bepaalde grenzen zijn aan de leer van Sint-Thomas, vooral waar deze verbonden zijn met typische kosmologische en biologische begrippen van de Middeleeuwen, niettemin waarschuwt dat niet alle wijsgerige en wetenschappelijke meningen een gelijkwaardige plaats kunnen innemen in het christelijk verstaan van de wereld en nog veel minder als christelijk kunnen beschouwd worden. In feite zijn zelfs niet sommige antieke filosofen, waaronder de bij Thomas zeer geliefde Aristoteles, door hem integraal en zonder kritische beoordeling bevorderd en ontvangen geworden. Immers, de Aquinaat heeft in zijn omgang met hen, principes gevolgd die ook vandaag geldig zijn om te onderscheiden wat voor Christenen toelaatbaar is te ontvangen in de wijsgerige en wetenschappelijke stellingen van de huidige tijd.
Referenties naar alinea 18: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWant, terwijl Aristoteles en andere filosofen - mits uitbreiding en aanpassing van enigerlei elementen - konden en kunnen toegelaten worden wegens de universaliteit van hun principes, de aandachtige zorg voor de objectieve werkelijkheid, hun erkenning van een God, onderscheiden van de wereld, toch kan niet hetzelfde gezegd worden van elke filosofie of wetenschappelijke opvatting, wanneer hun eerste principes onverzoenbaar zijn met het religieuze geloof of wegens het monisme waarop men steunt of wegens de ontkenning van het transcendente of wegens het subjectivisme of agnosticisme. Het is zeer betreurenswaardig dat vele moderne stellingen en systemen zich in deze toestand bevinden zodat zij volkomen onverzoenbaar zijn met het christelijk geloof en de theologie. Echter, ook hier leert ons Sint-Thomas hoe uit deze systemen ofwel particuliere elementen gehaald kunnen worden, die nuttig zijn om de overgeleverde leer te vervolmaken en voortdurend te ontwikkelen; ofwel tenminste aansporingen tot het overdenken van elementen, waar men voorheen onwetend over was of onvoldoende ontwikkeld had.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
19
De weg die Sint-Thomas aflegt bij het vergelijken en het zich eigen maken van de stellingen van anderen, kan ook een voorbeeld zijn voor de huidige onderzoekers. Immers, het is bekend dat hij alle denkers van het verleden en van zijn tijd, christenen als ook niet-christenen, een soort van geestesgesprek aanging. Hij onderzocht hun stellingen, meningen, twijfels, moeilijkheden om ervan de oorzaken en ideologische wortels te begrijpen en tevens hun socio-culturele context. Vervolgens legde hij hun denken uit, vooral in de "Quaestiones" en in de "Summae". Deze vele moeilijkheden en objecties werden niet enkel besproken om ze op te lossen of te weerleggen, maar ze werden op dialectische wijze gebruikt als onderzoeksmethode, waardoor Sint-Thomas aangespoord werd tot het uitwerken van zekere stellingen omtrent argumenten die nog overwogen en bediscussieerd werden. Soms werd er sereen en edel gestreden, zoals wanneer een waarheid betrof die bestreden werd en beschermd diende te worden: contra errores, contra gentes, contra impugnantes, etc. Maar altijd stelde hij een gesprek in, dat plaatsvond in een volledige en levendige openheid van geest om het ware te erkennen en te ontvangen, door wie het ook werd gezegd. Gewis, niet weinige malen werd hij aangespoord om een stelling, die in de disputen vals werd begrepen, op betere en meer welwillende wijze te interpreteren.
Referenties naar alinea 19: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDoor deze methode is Sint-Thomas gekomen tot een grandioze en in elk onderdeel geordende synthese, die een invloed van universele waarde heeft, waardoor hij zich als meester toont, ook voor onze tijd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
20
Wij verlangen een laatste lofbetuiging aan te duiden, die veel bijdraagt aan de altijddurende nuttigheid en uitmuntendheid van de leer van Sint-Thomas. Het betreft de eigenschap van een heldere, sobere, beknopte taal die hij heeft weten te vormen en te smeden in zijn onderwijs, disputen en bij het schrijven van zijn werken. Het volstaat in dit verband te herhalen wat gelezen werd in de oude Dominicaanse liturgie op het feest van de Aquinaat: Stilus brevis, grata facundia: celsa, firma, clara sententia (Een beknopte stijl, bevallige welsprekendheid: een diepzinnig, klaar en helder denken) In festo S. Thomae Aquinatis,...In festo S. Thomae Aquinatis, II Noct. IV Resp.; cfr. J. Pieper, Einführung zu Thomas von Aquin, München 1958, p, 116. Dit is zeker niet de minste reden om zich naar Sint-Thomas te richten in een tijd als de onze, waarin men dikwijls een taal gebruikt die ofwel te ingewikkeld en verward is, ofwel te ruw en onbeschaafd of zelfs ambigue, zodanig dat men in Sint-Thomas de schittering van het denken kan herkennen en een band tussen hen, die geroepen worden tot deelname aan en mededeling van de waarheid.
Referenties naar alinea 20: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- III. Het voorbeeld van Sint-Thomas voor onze tijd
21
Tijdens het zevende eeuwfeest van het overlijden van Sint-Thomas, willen Wij opnieuw met nadruk herinneren aan wat de Kerk denkt over zijn taak in de juiste inrichting van de studies van de gewijde theologie en de filosofie. Op deze wijze zal duidelijk worden waarom de Kerk heeft bepaald dat in deze gebieden de Aquinaat door de katholieke scholen zou erkend en gevolgd worden als "Doctor Communis" N.v.d.v.: Algemene LeraarN.v.d.v.: Algemene Leraar.
Referenties naar alinea 21: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDe Romeinse Pausen hebben de leer van Sint-Thomas met hun autoriteit gesteund vanaf het moment dat hij nog leefde: zij beschermden de Meester en verdedigden zijn leer ten aanzien van tegenstanders. Toen na zijn dood enige stellingen van de Aquinaat door sommige plaatselijke gezagsdragers veroordeeld werden, heeft de Kerk niet opgehouden eer te bewijzen aan de trouwe dienaar van de waarheid, en heeft Zij de vrome verering van de Aquinaat bevestigd door hem in te schrijven in de lijst van de heiligen op 18 juli 1323 en hem op 11 april 1567 met de titel "Kerkleraar" te kronen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
22
Op deze wijze wilde de Kerk getuigenis afleggen van het feit dat in de leer van Sint-Thomas zich zowel de verheven, volledige en getrouwe uitdrukking bevindt van het Leergezag als ook van de "sensus fidei" van geheel van volk van God, welke verschenen zijn in een mens, uitgerust met de noodzakelijk gaven en op een historisch gepast moment.
Referenties naar alinea 22: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaKortom, door haar autoriteit bevestigt de Kerk de leer van de Doctor Angelicus en maakt zij ervan gebruik als een zeer geschikt instrument, zodanig dat de stralen van het Leergezag van de Kerk in zekere zin de Aquinaat - en hem meer dan andere uitgelezen Leraren - bereiken. Dit heeft Onze Voorganger Pius XI bevestigd toen hij in de encycliek Studiorum Ducem[2538] schreef: "Het is voor de gehele christelijke wereld van belang dat deze heilige herdenking waardig gevierd wordt, omdat in de eerbetuiging aan Thomas er iets méér plaatsvindt dan een waardering voor Thomas zelf, nl. voor het gezag van de lerende Kerk." AAS 15, 1923, p. 324.[[2538]] vgl: Op te merken is wat Sint-Thomas schrijft over de relatie tussen Kerkleraren (en theologen) en het Leergezag: “De leer van de Katholieke Leraren bezit autoriteit door de Kerk; vandaar heeft de autoriteit van de Kerk meer gewicht dan de autoriteit van Augustinus, Hiëronymus, of enige andere Leraar”: S. Th., II-IIæ, q. 10, a. 12: Ed. Leonina, VIII, p. 94.[[[t:iia-iiae q. 10 a. 12]]]
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
23
Gegeven het feit dat het lang zou duren om alle eerbetuigingen van zowel de Kerk als de Pausen voor Sint-Thomas in herinnering te roepen, willen Wij enkel eraan herinneren dat, vanaf het einde van de vorige eeuw -net wanneer overal de gevolgen merkbaar werden van de omverwerping van het evenwicht tussen rede en geloof - opnieuw zijn voorbeeld en leergezag werden voorgesteld, daar zij toch aan het herstel van de eenheid van het religieuze geloof met het culturele en burgerlijke leven zouden bijdragen, op verstandige wijze aangepast aan de nieuwe tijden.
Referenties naar alinea 23: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDe Heilige Stoel nodigde de geesten uit en moedigde ze aan tot een nieuwe bloei van de thomistische studies. Onze Voorgangers, vanaf Leo XIII en door de krachtige impuls die hij gaf met zijn encycliek Aeterni Patris[2514], hebben de liefde tot de studie en de leer van Sint-Thomas aanbevolen om te tonen dat "zijn leer harmonisch met de goddelijke openbaring overeenstemt" AAS 42, 1950, p. 573[[470]], dat rede en geloof vriendschappelijk worden verbonden, waarbij hun beider rechten bewaard worden vgl: Leonis XIII Pontificiis Maximi Acta, I, Romae 1881, p. 274[[[2514]]]; dat het eerbetoon dat aan zijn leer werd toegekend, verre van de ijver voor het zoeken van de waarheid te onderdrukken, deze eerder opwekt en met zekerheid leidt. vgl: AAS 31, 1939, p. 247[[[2539]]] Bovendien heeft de Kerk aan de leer van Sint-Thomas de voorkeur gegeven, toen zij bekend maakte dat deze leer haar eigen leer is vgl: AAS 13, 1921, p. 332[[[7306]]], en haar verkozen wegens de ervaring van vele eeuwen vgl: AAS 45, 1953, pp. 685-686[[[8249]]], maar zij heeft niet gesteld dat het niet toegestaan is tot andere scholen te behoren, welke recht hebben om thuis te horen in de Kerk vgl: AAS 42, 1950, p. 573[[[470]]]. Ook vandaag ligt de Engelachtige Leraar en zijn leer door de wet aan de basis van het theologisch onderricht van hen die geroepen zijn om de broeders te bevestigen en te versterken in het geloof. C.I.C. can. 1366, 2[[2620|(1366)]]
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
24
Het Tweede Vaticaans Concilie heeft tweemaal aan de katholieke scholen Sint-Thomas aanbevolen. Immers, waar het gaat over de instelling van het priesterschap zegt men: "teneinde zo volledig mogelijk de heilsmysteries te kunnen verduidelijken, daarin dieper leren doordringen en hun onderling verband leren begrijpen door middel van de speculatieve theologie en wel onder leiding van Sint-Thomas." Optatam Totius Ecclesiae, 16[[675|16]] Hetzelfde universele Concilie, in de Verklaring over de christelijke opvoeding, terwijl het de scholen van hogere studies aanspoort er zorg voor te dragen dat, "een zorgvuldige bestudering van de nieuwe moderne problemen en wetenschappelijke resultaten beter (doet) uitkomen, hoe geloof en rede elkaar ontmoeten in de éne waarheid", voegt er dadelijk aan toe dat, om dit doel te bereiken, het noodzakelijk is dat de voetsporen van de kerkleraren en vooral van Thomas van Aquino gevolgd worden. vgl: Gravissimum Educationis, 10[[[647|10]]] Zo is het de eerste maal dat een oecumenisch concilie een theoloog aanbeveelt; deze echter is Sint-Thomas. Voor Ons is het voldoende dat Wij de tekst uitschrijven die Wij vroeger reeds hebben uitgesproken: "Zij, aan wie de taak van het onderricht is toebedeeld, moeten met alle eerbied te rade gaan bij de leraars van de Kerk, onder wie de heilige Thomas van Aquino een zeer voorname plaats inneemt; want S. Thomas is een man met zoveel genialiteit, met zulk een oprechte liefde voor de waarheid, en met zulk een wijsheid bij het bestuderen, verklaren en tot synthese brengen van de hoogste waarheden, dat zijn theologie een doeltreffend hulpmiddel is niet alleen voor het veilig stellen van de grondslagen van het geloof, maar ook om te komen tot gelukkige en veilige resultaten van een gezonde ontwikkeling". AAS 56, 1964, p. 365[[3328]]
Referenties naar alinea 24: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
25
Nu vraag men zich af is de vraag of Thomas van Aquino, die zoals we aantoonden, doorheen de eeuwen zijn sporen heeft nagelaten, ook nog iets kan bijbrengen aan onze tijd. Vandaag zijn er veel mensen die -meer openlijk dan vroeger het geval was - ontkennen of betwijfelen dat de evangelische boodschap hen nu nog kan aanbelangen, en het zijn niet alleen niet-christenen die deze vragen stellen. Dit raakt ook de geesten van sommige katholieken die hun geloof vergelijken met de huidige cultuur, en met alles wat de profane wetenschap zo wonderwel voortbrengt. Dikwijls worden hiermee verbonden twijfels opgeworpen in naam van de huidige kritiek op de taal en dan beweert men maar al te graag dat de taal, d. i. het vocabularium van het geloof, hun transparantie en betekenende kracht verloren hebben.
Referenties naar alinea 25: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHieraan dient toegevoegd te worden dat tot deze tegenwerpingen behoort de betwisting die steeds maar opnieuw wordt geopperd aangaande de grote werken, waarin zich de synthese van de scholastieke leer bevindt; hierbij wordt niet altijd voldoende onderscheid gemaakt tussen het geloof zelf en de theologische bespiegelingen. Immers, deze taal van de scholastieke theologie wordt al te vaak niet meer aanvaard en begrepen, natuurlijk omdat zij verbonden zou zijn met een antieke filosofie en versleten opvattingen over de wereld en de menselijke conditie. Het kan er toch ook niet anders aan toegaan -zo meent men - als in de natuurwetenschappen, de technische wetenschap, de sociale verhoudingen, de cultuur, de politiek etc. die zulke grondige veranderingen hebben ondergaan. Er hebben zich veranderingen voorgedaan wat betreft het rationele denkproces als ook de benaderingswijze van de filosofische problemen en van de geloofskwesties. In de huidige cultuur komt de inhoud van de theologische systemen van toen niet meer op natuurlijke wijze overeen met de woorden die deze auteurs van toen gebruikten om deze te benoemen. Zo komt het dat, omdat hij zo sterk aansluit bij de geesteshouding die eigen is aan de Middeleeuwen, het theologisch denken van Sint-Thomas -zoals ook dat van elke andere schrijver van de scholastieke periode - moeilijker geworden is en tijd en inspanning vraag voor wie zich erin wil verdiepen en méér dan ooit voorbehouden is voor experts. Omdat het zich rekenschap geeft van deze ontwikkeling, heeft laatste Oecumenisch Concilie bewust de Kerk als het ware op een nieuwe weg gezet door over haarzelf na te denken en haar plaats in de wereld, waarvan zij de nieuwheid scherp waarnam. Kan men dus nu nog beweren dat aan Sint-Thomas een plaats dient gewezen te worden onder hen die, veeleer dan het geloof en de verspreiding van de christelijke waarheid te bevorderen, dit verhinderen en schaden?
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaAls iemand deze kwestie en haar belang wil negeren, dan ontbreekt hem de geest van Sint-Thomas die zich steeds inspande om elke bron van kennis te onderzoeken. Wij twijfelen er niet aan dat hij in onze tijd evenzeer zou steunen op het inzicht in wat de mens verandert, zijn toestand, zijn mentaliteit en gedrag. Hij zou zich zeker verheugen over alles wat hem vandaag zou toelaten om over God op een meer waardige en overtuigende manier te praten dan in het verleden, zonder echter zich los te maken van de zachte en nobele zekerheid die enkel het geloof aan het menselijk verstand kan verlenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZonen van de Kerk, die zich aan hogere studies wijden, professoren en onderzoekers van de gewijde wetenschappen niet uitgezonderd, die vuriger dan voorheen de brede en diepgaande veranderingen inzien die erbij gekomen zijn, alsook de noodzaak ervaren om onze tijd te vergelijken met datgene wat in de vorige eeuwen als het ware het leven zelf van het christelijk geloof uitmaakte, zijn nu minder geneigd om hun oren bij Thomas te luisteren te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDaarom lijkt het nodig dat Wij, aan de lofbetuigingen die nog steeds aan zijn genie moet worden gewijd, enige raadgevingen toevoegen, over het juiste en noodzakelijke gebruik van zijn werk, hetgeen ook vandaag noodzakelijk is opdat zijn geest en zijn denken nuttig blijft voortleven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
26
In geen enkel geval mag, wat dikwijls gebeurt, de indruk worden gewekt dat het vandaag meer moeite kost om de scholastieke wetenschap te benaderen dan dat het geval was in de loop der vorige eeuwen. Het is immers niet voldoende dat men die leer herneemt met de -als het ware - materiële structuur van haar formuleringen van de inhoud en de voorstelling van de problematiek omdat men vroeger die kwesties gewoon was op die manier te behandelen. Een dergelijke manier van ze te hernemen zou niet enkel afbreuk doen aan de ware trouw jegens de leer van deze schrijver, maar ook zijn kennis in diskrediet brengen, welke onze huidige tijd zo nodig heeft; méér nog, het zou zelfs kunnen gebeuren dat de zaden van kennis, die de geest moet ontwikkelen, hun aangeboren kracht verliezen.
Referenties naar alinea 26: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaLaat daarom ook vooral diegenen die in de Kerk belast zijn met de taak om de theologie te bestuderen en te onderwijzen moedig het nodige werk aanvatten opdat de leer van de Doctor Angelicus ook buiten de beperkte context van de school in al haar vitaliteit kan worden begrepen. Moge het dan zo gebeuren dat zij leiders worden van hen die zich niet toeleggen om deze taak op zich te nemen maar voor wie het toch nodig is dat zij de voornaamste bestanddelen van die leer, haar leerstellig evenwicht en vooral haar geest, waaraan al deze werken ontspruiten en waardoor ze gevoed worden, leren kennen. Het is duidelijk dat deze opgave aangaande de aangepaste vernieuwing van het leerstellig erfgoed, van de scholastieken als van Sint-Thomas, moet gerealiseerd worden vanuit het bredere perspectief zoals Vaticanum II, in de reeds geciteerde passage van Optatam totius nr. 16[675|16] zo schitterend heeft aangetoond, nl. dat de dogmatiek méér en innerlijk zou gevoed worden door de overvloedige bron van de Heilige Schrift, dat ze ook wijder open staat voor de rijkdom van wat de Westerse en Oosterse kerkvaders hebben aangeleverd, dieper ingaat op de eigen geschiedenis van de dogma's, met een meer volle aanhankelijkheid jegens het leven van de Kerk en haar Liturgie, om met een grotere trouw te beantwoorden aan de noden van de mensen van vandaag in de veranderende levensomstandigheden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
27
Nog een andere taak rust op hen die in onze tijd volgelingen van Sint- Thomas willen zijn: zij zullen met een open geest voor ogen houden wat in deze tijd de mensen vooral bezig houdt wanneer ze hun geloof dieper willen doorgronden; als dat niet gebeurt dan kan men hun geest niet alleen niet voorthelpen, men kan ze zelfs helemaal niet bereiken. Inderdaad, indien men de hedendaagse stellingen niet zorgvuldig bestudeert, dan kan men niet inzien en zelfs niet één of ander argument aanbrengen - na een voorzichtig onderzoek van de verschillen en de gelijkenissen - waardoor men elkaar benadert en dat de theologie ten diepste verlicht.
Referenties naar alinea 27: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaAls dan aan de ware wetenschap over God en de mensen zware schade wordt toegebracht indien men de nieuwe vormen van leerstellingen negeert en de geest binnen de grenzen van de vorige eeuwen wil houden, dan dient hetzelfde gezegd te worden dat wanneer men de leer en de school van de grote kerkleraren apriori verwerpt en men zich enkel voedt met de - soms bijzondere - leerstellingen van de laatste tijden. De ware volgelingen van Sint Thomas zijn nooit deze confrontaties uit de weg gegaan. Want hoevelen zijn het niet, en in het bijzonder de experts in de Heilige Schrift, de filosofie, de geschiedenis, de antropologie, de natuurwetenschappen, de sociale en economische wetenschappen, die door hun werken openlijk bevestigen dat ook op dit gebied zij veel aan deze grote Leraar verschuldigd zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
28
Aan deze twee aansporingen willen Wij een derde toevoegen, nl. de noodzaak om, als in een altijddurend gesprek, een levendige gemeenschap met deze Sint-Thomas na te streven. Hij is immers voor onze tijd een meester in een uitmuntende wijze van denken, die de diepste oorsprong nagaat van wat wezenlijk is, liefdevol en nederig de waarheid weet te aanvaarden waar die ook vandaan komt en zo een uitzonderlijk voorbeeld geeft van de wijze waarop de schatten en de toppen van de menselijke geest en de hoogste zaken, die in het Woord van God vervat liggen met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht. Hij leert ons dat wij verstandig dienen te zijn in het geloof en hoe we dit volledig en moedig kunnen doen. Als dat gebeurt, dan maakt het verstand opnieuw een groei mee want wanneer het intellect zich met al die dingen bezighoudt - groot of klein -, waarvan de theoloog door het geloof de broeder is, dan zal het, omwille van de spirituele waarde en de glorie die komt van God, ere voor eer en licht voor licht ontvangen.
Referenties naar alinea 28: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
29
Zoals in het voorgaande werd uiteengezet, is het voor degene die in deze tijd een trouwe volgeling van Sint-Thomas wil zijn, niet genoeg dat hij zich alleen maar voorneemt om datgene te doen - en wel enkel met de middelen die onze tijd daarvoor biedt - wat hijzelf in zijn tijd heeft gedaan. Wie hem zou willen nadoen, maar daarvoor een weg wil gaan die zo zeer verschilt van de zijne, zonder iets van hem te aanvaarden, die zal het moeilijk krijgen om die zaak tot een goed einde te brengen, en hij zal zeker noch aan de Kerk, noch aan de wereld het licht brengen dat ze nodig hebben. Hij beschikt immers niet over de waarachtige en vruchtbare trouw als hij niet als het ware uit de hand van de heilige Thomas de beginselen aanvaardt die even zoveel lichtpunten zijn die op de belangrijkste filosofische problemen hun licht werpen en waardoor het geloof in onze tijd beter kan verstaan worden; hetzelfde geldt voor de belangrijkste - om zo te zeggen - 'dynamische' onderdelen en begrippen van de leer.
Referenties naar alinea 29: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZo kan het ook gebeuren dat de leer van de Doctor Angelicus, in de mate ze voortdurend met de bijdragen van de profane wetenschap in verband wordt gebracht, door als 't ware een wederzijdse bevruchting, met steeds nieuwe levenskracht zal opbloeien. Het is zoals de voorname theoloog uit het heilig College van Kardinalen onlangs verklaarde: "De beste wijze om Sint-Thomas steeds in ere te houden bestaat hierin, dat we in de waarheid doordringen die hijzelf gediend heeft, en dat we, voor zover we dit kunnen, aantonen in welke mate die waarheid in staat is om die dingen te ondervangen die de menselijke geest in de komende tijden zal uitvinden" Kardinaal Charles Journet,...Kardinaal Charles Journet, Actualité de saint Thomas, Pref., ParisBruxelles 1973.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
30
Dit is al het wonderbaarlijke wat Sint-Thomas gedaan heeft en wat Wij wilden in herinnering roepen bij gelegenheid van dit eeuwfeest in de vaste zekerheid dat het zeer voordelig is voor de Kerk. Wij willen Onze brief echter niet beëindigen zonder dat Wij voor de geest halen dat de heilige Leraar van de Kerk -volgens het relaas van de eerste biograaf - "niet enkel door de helderheid van zijn leer méér leerlingen tot de liefde voor de wetenschap trok dan de anderen" cap. XIV: Ed. mem., p. 81[[3390]] vgl: cap. LVIII: Ed. mem., p. 132[[[3390]]], maar ook een voorbeeld van voortreffelijke heiligheid ons voorhoudt, dat dient nagebootst te worden door de huidige en toekomstige mens. Het volstaat te verwijzen naar de woorden die hij uitsprak aan het einde van zijn kortstondige pelgrimstocht op aarde en als het ware zijn leven op uiterste waardige wijze bezegelen:
Referenties naar alinea 30: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media"Ik ontvang u, losprijs van mijn ziel, ik ontvang u, teerspijze van mijn pelgrimstocht. Terwille van u heb ik gestudeerd, gewaakt, gewerkt, gepreekt en geleerd. Nooit heb ik iets tegen u gezegd; mocht het echter onbewust gebeurd zijn, dan blijf ik niet hardnekkig bij mijn mening. Integendeel, indien ik iets kwaad gezegd heb over dit Sacrament of over anderen, dan laat ik het geheel en al over aan de verbeterende hand van de Roomse Kerk in wier gehoorzaamheid ik dit leven heb doorgebracht." 4646
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaOngetwijfeld, omdat hij een heilige was - "de meest heilige onder de geleerden en de meest geleerde onder de heiligen", zoals van hem gezegd wordt 4747 - heeft Onze Voorganger Leo XIII, naast hem voor te stellen als meester en leider, hem ook verklaard tot hemelse Patroon van alle katholieke scholen van elke orde en graad 4848; een titel die Wij graag bevestigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWij verlangen dus dat uit deze gelukkige plechtigheden tot eer van zulk een groot man, heilzame vruchten voortkomen voor zowel de Orde van de Predikheren, als ook voor het nut en de voortgang van geheel de Kerk en wij verlenen gaarne aan u, geliefde zoon, uw medebroeders en alle docenten en studenten van de kerkelijke scholen, die aan Onze wensen voldoen, de Apostolische Zegen, de wens van hemels licht en kracht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaGegeven de Rome, bij Sint-Pieter, op 20 november 1974, het twaalfde jaar van Ons Pontificaat. Paus Paulus VI
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaReferenties naar dit document: 5
Open uitgebreid overzichthttps://rkdocumenten.be/toondocument/2540-lumen-ecclesiae-nl