Het nut van Allerheiligen
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Het nut van Allerheiligen
Parochial and Plain Sermons, Vol. II (in VIII), Sermon XXXII: “The Feast of All Saints. Use of Saints’ Days”,
John Henry Newman
1835
Kerkelijke schrijvers - Homilieën
1908, Parochial and Plain Sermons, Vol. II (in VIII), Sermon XXXII: “The Feast of All Saints. Use of Saints’ Days”, London: Longmans 1908, pp. 393–402.
1 november 2025
Pater Geraldo C.O.
23 maart 2026
9839
nl
Referenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
- Inhoud
Zó talrijk waren de wonderwerken die onze Verlosser op aarde verrichtte, dat zelfs de wereld de boeken niet zou kunnen bevatten waarin ze allemaal beschreven staan. Niet minder talrijk zijn zijn wonderen sinds Hij is opgestegen: werken van hogere genade en duurzamer vrucht in de zielen van mensen, van het eerste uur tot nu - gevangenen gemaakt door zijn macht, verlosten en erfgenamen van zijn Koninkrijk, die Hij te zijner tijd door de Geest heeft geroepen en van kracht tot kracht heeft geleid, totdat zij verschijnen voor zijn aangezicht op Sion. Zeker, zelfs de wereld zou de kronieken van zijn liefde niet kunnen bevatten: de geschiedenis van die talloze heiligen, die “wolk van getuigen” wier gedachtenis wij vandaag vieren - zijn kostbare bezit door alle eeuwen heen. We bundelen al die gedachtenissen op één dag; in een kort uur van herinnering brengen we de mooiste daden, de heiligste levens, de edelste arbeid en het kostbaarste lijden samen die de zon ooit heeft gezien. Zelfs de minste onder die heiligen zou al vele dagen beschouwing verdienen; alleen al hun namen, als we ze in de liturgie zouden voorlezen, zouden menige op- en ondergang van de zon vergen; en één enkel moment uit het leven van één van hen zou al stof genoeg zijn voor een lange preek. “Wie kan het stof van Jakob tellen, wie telt zelfs maar het vierde deel van Israël?” (Num. 23, 10)[b:Num. 23, 10].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMartelaren en belijders; herders en kerkleraren; toegewijde priesters en religieuzen; koningen der aarde en alle volken; vorsten en rechters; jonge mannen en meisjes, ouderen en kinderen: eerstelingen uit elke stand, leeftijd en roeping, ieder op zijn tijd verzameld in Gods paradijs. Dit is de gezegende schare die vandaag de christenpelgrim in de liturgie tegemoet komt. We zijn als Jakob, die op de terugreis bemoedigd werd door een hemelse verschijning: “Jakob vervolgde zijn weg, en de engelen van God ontmoetten hem. Toen Jakob hen zag, zei hij: ‘Dit is Gods leger!’ en hij noemde die plaats Machanajim” (Gen. 32, 1-2)[b:Gen. 32, 1-2].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZo’n leger zag ook de beminde Apostel in het hoofdstuk waaruit de epistellezing van vandaag is genomen: “Daarna zag ik een grote menigte die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen; ze stonden vóór het Lam, gekleed in witte gewaden, met palmtakken in hun hand. … Dit zijn degenen die uit de grote verdrukking komen; ze hebben hun gewaden witgewassen in het bloed van het Lam” (Openb. 7, 9.14)[b:Openb. 7, 9.14].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDeze “grote menigte, die niemand tellen kan” is samengebracht in deze ene gedachtenis: de heerlijke kring der profeten, de roemrijke schare der martelaren, de kinderen van de heilige, katholieke Kerk die van hun arbeid hebben gerust.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWaarom zó geordend? Enkele eeuwen geleden waren er te veel heiligendagen; ze werden een excuus voor ledigheid. Erger nog: door een grote en bijna ongelooflijke verkeerde gerichtheid gingen christenen, in plaats van God in zijn heiligen te verheerlijken, hen een eer bewijzen die op goddelijke aanbidding leek. Daarom moest men hun talrijke feesten afschaffen en ze op één samenvattende dag gedenken. Nu is men in het tegenovergestelde uiterste beland: zelfs de weinige kerkelijke hoogdagen die overbleven, worden niet naar behoren gevierd. Zo is de mens: hij glipt langs zijn plicht heen en valt in een van beide uitersten - ledig, en dus tekortschietend in de plichten jegens de naaste; of juist jachtig, en dus nalatig in de plichten jegens God.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaLaten we echter niet te veel spreken over andermans fouten. Laten we ons eigen tijdsgebrek benoemen: we verwaarlozen heiligendagen - onder het voorwendsel dat we te druk zijn. Onze Kerk heeft het aantal heiligendagen ingekort, in de overtuiging dat een beperkt aantal goed is; maar wij vinden zelfs dát al te veel. Als volk zijn we op winst uit; elke tijd die niet aan het wereldse bedrijf ten goede komt, achten we verspild. Mogen we ernstig overwegen of deze veronachtzaming van wat de religie aanreikt, geen grote nationale zonde is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWat de afzonderlijke gelovigen betreft: velen kunnen hun tijd niet zelf indelen; zij staan in dienst of hebben werk waarin zij de leiding moeten gehoorzamen, wat hen weghoudt van de Kerk. Anderen hebben thuis plichten waardoor ze, ook al zijn ze hun eigen baas, niet kunnen gaan. En soms is het, door de manier waarop hun beroep in de samenleving is ingericht, zó lastig om weg te kunnen dat het gewetensvol lijkt toch maar te blijven. Ik zal niet elk concreet geval beoordelen; dat is aan wie het betreft. Maar in zijn geheel genomen is het een gebrekkige maatschappelijke orde waarin de kerkelijke voorschriften noodgedwongen verwaarloosd worden. Er móét ergens schuld liggen; en ieder van ons heeft de plicht zijn eigen aandeel te zuiveren, niet mee te doen aan andermans zonden, en zijn best te doen opdat ook anderen zich eraan kunnen onttrekken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaIk zeg: deze veronachtzaming van kerkelijke voorschriften is bij uitstek een zonde van de laatste eeuwen. Er was een tijd waarin men openlijk het Evangelie eerde—en dus ook meer middelen had om vroom te leven. De instellingen van de Kerk drukten hun stempel op het maatschappelijk leven. Men rekende niet in maanden en seizoenen, maar aan de hand van de heilige feesten. Iets daarvan is bij ons gebleven, maar het slijt snel weg. Louter doelmatigheid is tegenwoordig reden genoeg om de orde van wereldse afspraken te herzien. Men vindt het zonde van de tijd zich te voegen naar het kerkelijk jaar; men meent meer te winnen bij een strak zakelijk ritme—bij de netheid, snelheid en duidelijkheid die dat voor de handel meebrengt. Misschien wint men dat inderdaad; maar men verliest méér: men verliest de vaste herinneringspunten die op gezette tijden het eeuwig leven voor de geest brachten. En, als we eerlijk zijn, verheugt men zich soms zelfs in dat verlies - omdat zulke herinneringen “te pas en te onpas” de wereldse plannen doorkruisten en eraan herinnerden sterfelijk te zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaNog een gezichtspunt. Ooit waren kerken overdag open, zodat christenen er, wanneer het uitkwam, even binnen konden gaan - om de zorgen van de dag voor enkele minuten af te leggen in het gebed. Op vaste uren waren er korte gebedsdiensten, zodat wie in de buurt was een deel mee kon bidden. Anderen hielden thuis een getijdenboek bij de hand en baden op het uur mee wat in de kerk werd gebeden. Zo voorzag men dagelijks in geestelijk brood - dat verre uitgaat boven “het brood dat vergaat”. Dat alles is voorbij. We durven de kerken nauwelijks open te stellen uit vrees voor oneerbiedige behandeling. En een zorgvuldig geordende liturgie wordt door velen gering geacht, alsof zij ‘maar vorm’ was. Zo is de wereld op de Kerk ingeteerd; de magere koeien hebben de vette opgegeten. We worden bedreigd door jaren van geestelijke hongersnood; door de triomf van de vijanden van de Waarheid; door het verstommen, of ten minste verzwakken, van de stem van de Waarheid. En waarom? Omdat we de jaarlijkse religieuze observanties hebben nagelaten die de Kerk ons opdraagt - en waartoe we verplicht zijn. Door ze te verwaarlozen hebben we zelfs argumenten in handen gegeven van wie ze helemaal willen afschaffen. Geen enkele vereniging houdt stand zonder geregelde samenkomsten; samenkomen is het leven van elke politieke beweging. Zelfs louter menselijk bezien: hoe zouden wij als christenen kracht kunnen hebben als we níét samenstromen rond de voorschriften van die Kerk? En omgekeerd: wat een macht zouden we hebben als we het wél deden - een vrij en open getuigenis in de wereld, zichtbaar makend dat Christus nog steeds dienaren heeft die Hem trouw zijn! Dat we op zondag naar de kerk gaan, helpt zeker. Maar een nog krachtiger getuigenis zou zijn dat we Christus ook op andere feestdagen kwamen belijden, zelfs als dat ons werelds nadeel oplevert. Wat kan meer preken - voor ieder van ons, zelfs de meest ongeleerde of timide - dan massaal de kerk te zoeken op doordeweekse feesten en heilige tijden, terwijl anderen intussen, in het strakke jagen naar het aardse, hun magere winstjes najagen?
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaNog heb ik één bijzonder nut van heiligendagen niet genoemd: dat zij ons concrete voorbeelden van deugd voorhouden. De Kerk doet hierin precies wat de Schrift zelf doet. Hoeveel van de Bijbel is immers geschiedenis - en hoeveel daarvan bestaat uit levensgetuigenissen van mannen die Gods instrument waren in hun tijd! Sommigen zijn voor ons geen voorbeeld; anderen dragen zichtbare sporen van de universele bedorvenheid van de menselijke natuur. Maar de voornaamsten zijn getuigen van bijzondere trouw en heiligheid, juist gegeven om ons aan te sporen en te leiden. Denk aan Abraham, Jozef, Job, Mozes, Jozua, Samuël, David, Elia, Jeremia, Daniël; en in het Nieuwe Testament: de apostelen en evangelisten. Allereerst, in zijn eigen onnavolgbare heerlijkheid, geeft onze gezegende Heer zelf het voorbeeld; maar zijn trouwe dienaren leiden ons naar Hem toe en spiegelen en nuanceren zijn patroon. Het is precies dit schriftuurlijke onderricht dat onze Kerk met de heiligendagen wil vasthouden en oefenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaJuist vandaag hebben we die tucht hard nodig om weer bij onszelf te komen. Het is de fout van ónze tijd (want we hebben niet over de fouten van andere tijden te spreken) dat we het verleden verachten in vergelijking met het heden. Je hoeft nauwelijks een populair tijdschrift open te slaan of je leest loftuitingen op onszelf - op onze verlichting en menslievendheid - of laatdunkende opmerkingen over de wijsheid en deugd van vroeger. Juist onder deze bekoring van zelfgenoegzaamheid is het heilzaam te beseffen dat we in de hoogste kwaliteiten van menselijk kunnen vér overtroffen zijn door mensen van eeuwen geleden; dat er toen een norm van waarheid en heiligheid is neergezet die wij waarschijnlijk niet halen; en dat het ijdel is te denken dat wij wijzer of heiliger zouden kunnen zijn, of aangenamer voor God, dan zij waren. Hier leren we de ware waarde en onderlinge rangorde van de gaven van de geest. De glansrijke talenten waar onze tijd prat op gaat, verbleken voor het edel metaal van profeten en apostelen. Onze geroemde ‘kennis’ is slechts een schaduw van ‘kracht’ vergeleken met de vaste moed van hart waarmee zij morele wonderen tot stand brachten en met geïnspireerde wijsheid spraken. Och, dat Paulus of Johannes uit de doden opstonden! Hoe zouden de minieme filosofen van nu, die verstand en ‘verlichte deugd’ voor zichzelf opeisen, ineenkrimpen voor die scherpgeslepen wapens van de Heer!
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZijn wij niet zover gekomen—en is het niet onze nationale schaamte—dat, zo niet de apostelen zelf, dan toch in elk geval het kerkelijk bestel dat zij hebben ingericht en de orde die zij hebben gesticht, koel en oneerbiedig wordt bejegend? Hoe weinigen zien in de bisschoppen van de Kerk eerbiedwaardig de opvolgers der apostelen; en als men hen al eert, dan vaak slechts omdat men hén als persoon mag, zonder acht te slaan op de heiligheid van het ambt. Goed dan—laat het zo zijn. Het einde zal toch komen. De dingen kunnen niet zo blijven hangen. Christus’ Kerk is onvernietigbaar; en als zij alle wisselvalligheden van deze wereld heeft doorstaan, zal zij weer opstaan en bloeien wanneer de eendagsmensen die haar bestreden hebben tot stof zijn vergaan. “Geen enkel wapen dat tegen u wordt gesmeed, zal slagen.” (Jes. 54, 17)[b:Jes. 54, 17] “Verheug u niet over mij, mijn vijandin! Als ik val, sta ik weer op; zit ik in het donker, dan is de HEER een licht voor mij.” (Micha 7, 8)[b:Micha 7, 8] Intussen mogen wij onze plicht niet vergeten: naar het voorbeeld van de heiligen ons kruis zachtmoedig opnemen en bidden voor onze vijanden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDit past ons te overwegen, nu aan het eind van het kerkelijk jaar de kring van feesten zich sluit. Elk jaar brengt zijn wonderen. Geen van ons weet wat er gebeuren zal voordat de kring zich weer sluit, van Sint-Andreas tot Allerheiligen. Onze plicht is dus: op de komst van de Heer wachten, zijn weg voor Hem bereiden, bidden dat wij wakend bevonden worden wanneer Hij komt; bidden voor ons land, voor onze koning en allen die gezag dragen - dat God hun verstand verlicht en hun harten verandert, en hen doet handelen in geloof en godsvrees; bidden voor alle standen en leeftijden, en in het bijzonder voor die tak van zijn Kerk die Hij hier geplant heeft. Laten we in onze terechte afkeer van het kwaad niet vergeten dat ook slechte mensen zielen hebben; dat zij niet weten wat zij doen wanneer zij de Waarheid tegenstaan. Laten we niet vergeten dat ook wij zonen van de zondige Adam zijn en misschien méér genade en kansen hebben gehad dan anderen. Laten we niet vergeten dat we, geroepen om heiligen te zijn, daarmee óók geroepen zijn om te lijden; en - als we lijden - dat we de vuurproef niet vreemd vinden, ons niet laten opblazen door het ‘voorrecht’ van lijden, noch het lijden nodeloos over ons afroepen, noch driftig willen aantonen dat we voor Christus geleden hebben terwijl we in feite leden om onze eigen fouten - of in het geheel niet. Moge God ons de genade geven naar deze regels te handelen, en niet slechts ze te beamen en te bewonderen; niet om mooie woorden te zeggen, maar om veel te doen en weinig te spreken!
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediahttps://rkdocumenten.be/toondocument/9839-het-nut-van-allerheiligen-nl